HET DRIEPOLIGE TERMINOLOGISCHE PARTNERSHIP

De juistheid van de terminologie als belangrijkste element van de taalkwaliteit

Het driepolige en 'glokale' partnership 'klant-Eurologos-technicus/verdeler': de dubbele controle van terminologie en geostijl.

De dubbele controle tegen het linguïstische monopolie van de 'autochtone' technici

Een van de belangrijkste problemen van multinationals is het beheer van de linguïstische controle van haar eigen dochterondernemingen of verdelers in de diverse landen, die dikwijls cultureel en geografisch ver verwijderd zijn. Het gebeurt niet zelden dat de autochtone technici van de filialen of verdelers - al dan niet bewust - profiteren van hun 'linguïstische exclusiviteit' om een soort van monopolie op de communicatie van het moederhuis in hun markt te bevestigen. Die toe-eigening - dikwijls ongevraagd en onrechtmatig - kan ten nadele gaan van de homogeniteit van de marketingcommunicatie van de onderneming en de positionering van haar producten.

In elk geval staat die monopolisering in tegenstelling tot het proces van centralisatie, accumulatie en controle van een van de belangrijkste troeven van ondernemingen - en instellingen - in ons geglobaliseerde en meertalige tijdperk.

Dankzij het partnership beheert de klant opnieuw het proces van zijn drukwerk

De oplossing voor het inmiddels klassieke probleem van het linguïstische, lokale en centrifugale monopolie bestaat uit het snel opbouwen van een driehoekig en 'glokaal' partnership tussen:

a. de afdeling communicatie van de klant;
b. de terminologiecentra van de Eurologos Groep;
c. de technici van elke dochteronderneming van de klant of zijn lokale verdelers.

De klant wordt op die manier opnieuw de effectieve leider van zijn drukwerk en publishing en kan rekenen op de bijdragen (kritisch en niet-monopolistisch) van zijn twee belangrijkste taalbronnen: de terminologen van de kantoren van Eurologos en de technici-correctors van zijn dochterondernemingen/verdelers.